Week 3
Paul wordt niet beloond
Door: Michiel Kroesbergen

De bondscompetitie zit erop. Zoals na elke speelronde staan ook nu weer razendsnel de uitslagen op toernooibase. En ook al vele partijen. Piet Bouma is de grote man achter deze site. En wanneer je dan op zaterdagmiddag tegen deze Friese damspeler mag aantreden kun je er op rekenen dat je partij bijna direct na afloop wereldkundig wordt gemaakt door Piet zelf. Een extra stimulans om er iets moois van te maken!
Paul Wijninga deed dat en had, met wit, na de tijdnoodfase de volgende stand bereikt:

 

De laatste zetten waren 50…13-18 51.28x12 17x8 en er kan weer nagedacht worden.
De diagramstand past perfect in een training over het afmaken van goede standen. Dat wit zeer overwegend staat is duidelijk, maar hoe dit te winnen?
Paul begint sterk: 52.28-23!
Nu volgt op 20-25 het winnende schema 29-24 en 27-22, bijvoorbeeld 52…20-25 53.29-24 8-12 54.27-22 12-17 55.22x11 16x7 56.24-20 W+.
Dus zwart moet een zet met de schijf op 8 doen: 52…8-13 53.27-22 (om na 53…20-25 weer 54.29-24 W+ te kunnen doen. Bovendien zou 53.35-30 direct remise zijn na 53…13-19 54.28-22 20-25 = (maar niet 54…19-23?? Vanwege 18-12-7-1 W+)) 13-19 54.23-18 (54.32-28? 21-27! 55.22x31 19-24!=), zie analysediagram:

 

 19-23 (Alweer de enige, want 54…20-25 55.18-12 etc. W+ OF 54…19-24 55.32-28 24x33 56.28x39 14-19 57.39-33 20-24 58.18-12 19-23 59.12-7 W+). Maar ook dit gaat verliezen: 55.18-12! 23x34 56.35-30! 34x25 57.12-7 en damhalen op 1 met duidelijke winst.
Dus Piet speelde 52…8-12
Zie diagram:

Wit moet nu een belangrijke keuze maken. 53.27-22 lijkt direct remise vanwege 53…12-17 54.22x11 16x7 en nu volgt op 55.23-18 14-19!= en op 55.35-30 7-11 (en niet 20-25 zoals in de partij Alders-Dammers, een partij die overigens alsnog in remise eindigde) en wit moet berusten in remise. Maar wit heeft nog iets anders na 54…16x7, namelijk het mooie 55.32-28! Maakt gebruik van de schijf op 7 om de oversteek naar veld 27 te maken.

 

Zie analysediagram:

Maar omdat wit nog een zet druk is met zijn oversteek heeft zwart de tijd om 55…20-25 te spelen zonder bang te hoeven zijn voor 56.29-24 (56…21-27!=). Dus: 55…20-25 56.28-22 14-20 57.23-18 20-24 58.29x20 25x14 59.35-30 (59.18-13 7-12!=) 14-19 en vanaf nu volgen we het verloop van Pippel-Hamers 1998: 60.30-25 19-24 61.18-13 24-29 62.13-9 29-34 63.9-4 34-40 64.4-18 40-44 65.18x1 44-49 66.1-29 49-44 67.22-18 26-31 en remise overeengekomen.
Na tot de conclusie gekomen te zijn dat 53.27-22 dus niet meer dan een punt oplevert speelde Paul 53.35-30 12-17 54.30-24 17-22! 55.31x22 21-27! 56.32x21 16x27 57.24x15 27-31 58.37-32 31-36 zie diagram:

 


De afgelopen zettenreeks was verplicht. Maar ook nu heeft wit weinig keuze wil hij nog iets proberen: 59.18-12 36-41 60.12-7 14-19 61.23x14 41-46 62.32-27 46x5 zie diagram:

Enkele zetten later werd dit remise-eindspel ook remise gegeven.
Het lijkt erop dat Paul in deze partij voor zijn beste kansen is gegaan. Dat hij hiervoor niet beloond is met twee punten ligt geheel aan de sterke verdediging van Piet.
Echter, in het 4-om-2 eindspel dat op het laatste diagram prijkt laat Paul nog een laatste winstkans liggen. Paul kan namelijk nog wat proberen. Wat precies dat laat ik de volgende Week zien. Volgers van de artikelenreeks in Hoofdlijn van Korenewski over 4-om-2 eindspelen kunnen waarschijnlijk al wel raden waar ik op doel…